Kookthermometers
Digitale sondes, infraroodthermometers, suiker- en karamelthermometers, spatels met geïntegreerde sonde en timers: de precisie waarmee chocolade, karamel en bereidingen slagen.
Welke thermometer voor welk gebruik?
De digitale sonde is het universele hulpmiddel: voor de kerntemperatuur van bereidingen, Engelse room en siropen. De suiker- en karamelthermometer (tot 300°C) volgt bereidingen voor zoetwaren tot op de graad nauwkeurig. De infraroodthermometer meet een oppervlak zonder contact, handig voor chocolade in een kom. De spatel met geïntegreerde thermometer meet tijdens het roeren: ideaal voor tempereren en crèmes.
De temperaturen die je moet kennen
Tempereren van pure chocolade: smelten bij 50-55°C, verwerken bij 31-32°C. Engelse room: garen tot nappe bij 82-84°C. Karamel: zachte bal bij 115-118°C, harde breuk bij 145-150°C. Spiegelglazuur: uitgieten bij 30-35°C. Een afwijking van 2 tot 3 graden volstaat om deze bereidingen te doen mislukken, vandaar het belang van een nauwkeurig digitaal display.
Veelgestelde vragen
Sonde of infrarood voor chocolade?
Infrarood meet onmiddellijk het oppervlak zonder vuil te maken, terwijl de sonde de kerntemperatuur meet. Voor tempereren zijn infraroodthermometers of een spatelthermometer het handigst.
Welk temperatuurbereik moet je kiezen?
Een model van -50°C tot +300°C dekt alles: invriezen, chocolade, gekookte suiker en frituren.
Hoe controleer je de nauwkeurigheid van een thermometer?
In kokend water moet hij op zeeniveau 100°C aangeven; in ijswater 0°C.











